In de praktijk zie je grofweg drie functies, en je kunt ze herkennen aan het totaalplaatje van lichaamstaal en herstel.
1. Ontspannen exploratie (informatie snuffelen)
Je hond snuffelt om info te krijgen over zijn omgeving. Geuren helpen honden bij herkenning van individuen, plekken, veiligheid/risico.
Je ziet vaak een los lijf, zachtere ogen, een rustiger tempo en hier en daar wordt gemarkeerd. Na het snuffelen kan hij meestal makkelijker doorlopen of weer contact maken.
2. Doelgericht snuffelen (exploratie)
Dit is snuffelen met een duidelijke taak: het volgen van een spoor of zoeken naar de bron. Exploratie is het begin van jacht. Je ziet meer focus en een logische zoeklijn (bochten, terugkeren naar één plek).
Dit kan ontspannend zijn, maar bij wildgeur kan het ook juist opwinding geven en het jachtgedrag stimuleren. Dan stijgt de opwinding en wordt schakelen lastiger.
3. Onrustig snuffelen (coping / displacement)
Soms snuffelt een hond (overmatig) om met spanning om te gaan. Dat snuffelen is vaak fragmentarisch (kort-kort-kort), met veel scannen tussendoor.
Het lijf blijft strakker, tempo is hoog en er is nauwelijks sprake van “landing”. Ook staat de hond weinig tot niet open voor contact en is hij tussendoor overmatig alert op zijn omgeving.
Dit zie je vaker bij honden met chronische stress, honden die zich overweldigd kunnen voelen door hun omgeving, of die overmatig conflictvermijding inzetten om te voorkomen dat ze benaderd worden door andere prikkels.
Snuffelt jouw hond buiten veel? Dan is het goed om te kijken hoe hij precies snuffelt.
Dit zegt namelijk een hoop over hoe hij zich voelt, en of hij wel echt zo relaxt is als jij denkt.